Tuinreglement

Tuinreglementen

Artikel 1 Algemeen

1. Dit reglement regelt het huren en verhuren van tuinen.
2. De leden van de vereniging kunnen een tuin huren.

Artikel 2 Wachtlijst

1. Wanneer ten tijde van een aanvraag geen tuin beschikbaar is, wordt het betrokken lid door het bestuur op een wachtlijst geplaatst.
2. Plaatsing op de wachtlijst geschiedt in volgorde van de datum van indiening van de aanvragen.
3. Een naam wordt van de wachtlijst geschrapt in de volgende gevallen:

a. op eigen verzoek van het betrokken lid;
b. bij het aanvaarden van een toegewezen tuin.

4. Wanneer een lid een toegewezen tuin niet aanvaardt, wordt zijn naam van de wachtlijst geschrapt of – op zijn verzoek – onderaan op de lijst geplaatst. Het bestuur kan in bijzondere gevallen beslissen dat betrokkene tot wederopzegging zijn oude plaats op de lijst behoudt.
5. Het bepaalde bij 4 geldt niet wanneer een lid een tuin niet aanvaardt omdat hij een zich op de tuin bevindend tuinhuis en/of kas niet wil overnemen.
6. Het bestuur beschikt over een zoveel mogelijk bijgewerkte wachtlijst.

Artikel 3 Toewijzing tuinen

1. De tuinen worden door het bestuur toegewezen, in volgorde van de wachtlijst.
2. Wanneer een tuin vrijkomt door het overlijden van het betrokken lid kan het bestuur, de tuin toewijzen aan een thuiswonend lid van het gezin van de overledene onder voorwaarde dat betrokkene lid wórdt van de vereniging.
3. Het bestuur kan overigens slechts in zeer bijzondere gevallen besluiten dat bij een toewijzing wordt afgeweken van de wachtlijst.
4. Bij aanvaarding van een tuin moet de nieuwe huurder een waarborgsom storten. Voor een tuin tot 105 m2 is dit € 50,-; voor een grotere tuin is dit € 75,-. Bij beëindiging van de huur, indien de tuin naar de mening van het bestuur naar behoren is opgeleverd, wordt de waarborgsom terugbetaald.

Artikel 4 Einde huur

1. De huur van een tuin eindigt:

a. doordat het lidmaatschap van de betrokkene volgens artikel 7 van de Statuten eindigt
b. door opzegging door de huurder of door het bestuur.

2. In het onder 1, sub a, bedoelde geval eindigt de huur op hetzelfde tijdstip als waarop het lidmaatschap eindigt. Het bestuur kan desgewenst aan de erfgenamen van een overleden huurder toestaan de tuin nog gedurende de rest van het lopende kalenderjaar te blijven gebruiken.
3. Opzegging door de huurder, als bedoeld onder 1, sub b, moet uiterlijk in november schriftelijk geschieden en gaat in op één januari van het volgende jaar.
4. Opzegging door het bestuur, als bedoeld onder 1, sub b, kan geschieden wanneer de vereniging de beschikkingsmacht over de grond verliest.
5. De opzegging als bedoeld onder 4 gaat in op een door het bestuur te bepalen tijdstip.

Artikel 5 Betaling huur

1. De huurprijs van een tuin moet bij vooruitbetaling per jaar worden voldaan. Betaling moet plaats vinden in de maand januari van het desbetreffende kalender jaar op de door het bestuur te bepalen wijze.
2. Indien de huur van een tuin in de loop van een kalender jaar eindigt, is het bestuur bevoegd, als dit haar billijk voorkomt, een gedeelte van de reeds betaalde huurprijs terug te geven.

Artikel 6 Verplichtingen van huurders

1. De huurders zijn, onverminderd de andere bepalingen van dit reglement verplicht zich als goede huurders te gedragen.
Dit betekent:

a. hun tuin uitsluitend te gebruiken voor het beoefenen van het amateurtuinieren;
b. hun tuin uitsluitend door henzelf en de door hen aangewezen personen te gebruiken;
c. hun tuin in goede staat te houden;
d. alles na te laten wat andere huurders hindert of schaadt en wat het aanzien van het tuincomplex schade doet of de goede orde op het complex stoort;
e. het tuinnummer aan de buitenkant van hun tuinhekje goed zichtbaar te hebben;
f. de rand van het pad langs hun tuin goed schoon te houden;
g. te zorgen dat delen van gewassen, planten, heesters of bomen niet overhangen boven
andermans tuin;
h. het van de tuin afkomend groente-, fruit- en tuinafval op de tuin te composteren;
i. bij het einde van de huur de tuin in goede staat op te leveren.

2. Onder tuin zijn begrepen de zich op een tuin bevindende beplantingen en opstallen.

Artikel 7 Diverse verboden

1. Het is verboden:

a. op een tuin dieren te houden;
b. andermans tuin te betreden zonder diens toestemming;
c. buiten de eigen tuin een hond te laten loslopen;
d. geluidshinder te veroorzaken;
e. buiten een gesloten tuinhuis mechanische muziek te maken;
f. op een tuin aardappelloof, bonenstro, snoeisel of dergelijke te verbranden;
g. de sloten in het complex te verontreinigen door daarin afval te werpen, afvalwater of chemische stoffen te lozen of op enige andere wijze;
h. op een tuin een boom te hebben die naar het oordeel van het bestuur hinder veroorzaakt;
i. op een tuin reclameborden, -biljetten of dergelijke te hebben;
j. op een tuin handel te drijven of een bedrijf op beroep uit te oefenen;
k. activiteiten te ontplooien of na te laten die meer dan normaal schadelijke dieren en planten aantrekken;
l. de paden op het complex op enige wijze te verontreinigen, of te gebruiken als opslag;
n. palen in de grond te slaan dieper dan 50 cm.

Artikel 8 Opstallen

1. Het bestuur kan een lid toestaan om – na vooraf verkregen schriftelijke toestemming van het bestuur in verband met vergunningsverplichtingen – op de aan het lid in gebruik gegeven volkstuin een tuinhuis en andere bouwsels te plaatsen en beplanting aan te brengen, welke naar aard, omvang en gebruik moeten voldoen aan eisen die hieraan in de Statuten en/of reglementen zijn gesteld. Tevens kan een termijn worden gesteld waarbinnen het bouwsel dient te zijn gerealiseerd. Een bouwsel mag niet aard en nagelvast met
de grond worden verbonden en dient demontabel van aard te zijn.
2. Het is verboden zonder schriftelijke vergunning van de gemeente een tuinhuis en/of kas te bouwen.
3. De vergunning als bedoeld onder 2, moet worden aangevraagd op de door de gemeente voorgeschreven wijze.
4. Naast het bestuur kan de gemeente aan een vergunning voorwaarden verbinden betreffende de plaats van het tuinhuis, te gebruiken materialen, kleur van de materialen of andere onderwerpen.
5. Het lid dient een kopie van de door de gemeente verstrekte vergunning aan het bestuur te
verstrekken.
6. De opstallen moeten naar behoren worden onderhouden.
7. Bij beëindiging van de huur moet de huurder alle opstallen van de tuin verwijderen. Dit geldt niet indien hij de opstallen aan de nieuwe huurder overdraagt.
8. Wanneer een huurder niet voldoet aan zijn verplichtingen tot verwijdering van de opstallen is het bestuur bevoegd de van de verwijdering overblijvende materialen te verkopen. De opbrengst wordt, na aftrek van het door de huurder aan de vereniging verschuldigde, aan de huurder uitbetaald.
9. Nadere aanwijzingen aangaande bebouwing zijn te vinden in bijlage 1 van dit reglement.

Artikel 9 Aanwijzingen

1. Het bestuur is bevoegd ter uitvoering van de voorschriften vermeld in de artikelen 6 tot en met 8 aan de huurders aanwijzingen te geven.
2. De huurders zijn verplicht deze aanwijzingen op te volgen.

Artikel 10 Voorschriften

1. De bepalingen van dit reglement laten de voorschriften der gemeente, voortvloeiend uit wet of verordening of uit gesloten huurovereenkomst, onverkort.
2. Het bestuur is verplicht bij de uitvoering van dit reglement de voorschriften als bedoeld onder 1, nauwlettend in acht te nemen.

Artikel 11 Bevoegdheid betreden tuinen

1. De leden van het bestuur en commissies zijn bevoegd een tuin te betreden, indien zij dit ter uitvoering van de voorschriften van dit reglement noodzakelijk achten.
2. Een tuinhuis of een kas mag tegen de wil van de huurder slechts worden betreden door twee bestuursleden tezamen, daartoe voor het betrokken geval speciaal gemachtigd door het bestuur.
3. De huurders zijn verplicht te allen tijde burgemeester, wethouders of hun gemachtigden tot hun tuin toe te laten.

Artikel 12 Dwangmaatregelen

1. Het bestuur is bevoegd om voor rekening van de overtredende of nalatige huurder alles ongedaan te maken of te verrichten, wat de huurder in strijd met de verboden en verplichtingen als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 8 heeft gedaan of nagelaten.
2. Het bestuur mag de bevoegdheid als bedoeld onder 1 niet eerder uitoefenen dan nadat betrokkene tweemaal schriftelijk is gewaarschuwd en hem een redelijke tijd is gelaten om zelf alsnog de verboden of verplichte handelingen ongedaan te maken, respectievelijk te verrichten.
3. De huurder is verplicht de kosten, door het bestuur ingevolge het bepaalde onder 1 gemaakt, te voldoen binnen veertien dagen nadat deze hem door het bestuur schriftelijk zijn meegedeeld.

Dit reglement is vastgesteld in de algemene ledenvergadering van 24 maart 2014.
Ingangsdatum: 5 mei 2014.

 

Tuinreglement                                                                                        bijlage 1

BEBOUWING.

Wanneer u overweegt om een kas of een huisje op uw tuin te bouwen, moet u rekening houden met de gemeentelijke verordeningen.

Tot maximaal één meter hoogte mogen gereedschapskisten, platte bakken en netten vrij worden geplaatst.

Boven één meter zijn alle bouwsels veelal gebonden aan de bouwverordeningen van de gemeente Zwijndrecht.

De voorschriften hiervoor zijn als volgt:

1. Een kas en/of een huisje en/of een afdak mogen alleen gebouwd worden op een tuin van 150 m2 en groter. Zij mogen alleen op het deel van de tuin worden gebouwd dat daarvoor is bestemd. Het bestuur beschikt over een plattegrond van het tuinenpark waarop u kunt zien welk deel van uw tuin dat is;
2. Eén type opstal (alleen een kas en/of alleen een huisje en/of alleen een afdak) mag niet meer dan 10 % van de totale oppervlakte van de tuin in beslag nemen;
3. Voor het bouwen van een kas en een huisje en een afdak geldt een maximum van 15 % van het totale oppervlak;
4. Het oppervlak van een kas of huisje of afdak mag maximaal 20 m2 zijn; de bouwhoogte maximaal 3,00 m;
5. De onderlinge afstand tussen een kas en een huisje moet minimaal 2 meter zijn;
6. De opstallen moeten minimaal één meter van de tuingrens vandaan blijven;
7.Een plan voor een kas en/of een afdak/huisje moet altijd eerst aan het bestuur worden voorgelegd;
8.Voor een kas en/of huisje en/of afdak dient u een bouwvergunning aan te vragen bij de gemeente.

De leges voor een bouwvergunning zijn voor rekening van het verenigingslid.

U kunt uw plan met het bestuur bespreken op zaterdagen tussen 10 en 12 uur. Het bestuur kan u ook behulpzaam zijn bij het invullen van de benodigde papieren voor de bouwvergunning.

GEWASBESCHERMING.
Ter bescherming van de gewassen op de tuin tegen vraatzuchtige vogels en ander ongedierte is het toegestaan, netten te plaatsen welke aan voorgeschreven regels dienen te voldoen.

De maximale maten van de constructie zijn:

  Oppervlakte van het totaal op de tuin mag niet meer dan 50 vierkante meter zijn
  Hoogte: 2,70 m
  Materiaal: netten of gaas, geen plastic of ander dicht materiaal.

TER TOELICHTING.

NADERE VOORSCHRIFTEN BESTEMMINGSPLAN.
De minimale kaveloppervlakten voor het oprichten van een tuinhuisje is 150 m2

Het maximale oppervlak van een kas is 20m2

Het maximale oppervlak van een tuinhuisje is 20m2

Voor het oprichten van beide (een kas en een tuinhuisje) geldt een maximum bebouwingspercentage van 15% van kaveloppervlakte

Voor alleen een kas of een tuinhuisje (één type bebouwing) geldt een maximum bebouwingspercentage van 10%

De maximale bouwhoogte (nok) bedraagt 3,00 meter

Onderlinge afstand 2,00 m, 1,00 m van de tuingrens.

BELANGRIJKE BEPALING UIT HET HUURCONTRACT VAN DE VERENIGING MET DE GEMEENTE.

Artikel 7 (over opstallen)

Huurder (lees: de vereniging) mag geen opstallen op het gehuurde oprichten, doen oprichten of opgericht houden, anders dan die in verband met de bestemming van het gehuurde nodig zijn.

Opstallen moeten worden gebouwd overeenkomstig een door verhuurder (lees: de gemeente) goedgekeurd ontwerp.

Het bebouwingspercentage per tuin en de grootte en hoogte van de plantenkas dient te voldoen aan de daarvoor in het bestemmingsplan gestelde richtlijnen.

Behoudens het gestelde in dit artikel is het huurder c.s. niet toegestaan opstallen op het gehuurde aan te brengen of bestaande opstallen te vergroten zonder schriftelijke toestemming van verhuurder.

De tuinhuizen mogen niet voor bewoning worden gebruikt.

Deze bijlage is vastgesteld in de Algemene Leden Vergadering van 23 maart 2015, en vervangt de voorgaande versie van 5 mei 2014.